Architectuurprijs Amersfoort is
een initiatief van: fasade-logo

Jury

Voor de beoordeling van de vakprijs is een jury samengesteld.

De juryleden bestaan uit architecten en stedenbouwkundigen die hun sporten in het vakgebied ruimschoots hebben verdiend. Net als bij de beoordeling bij de afsluitende overzichtsprijsvraag Boom!ng Amersfoort in 2010 zijn het stadsarchitecten, stadsbouwmeesters of stadsstedenbouwkundigen.

jury-img01-logo

Jury Architectuurprijs 2014

De speciaal voor de Architectuurprijs Amersfoort 2014 samengestelde vakjury velt een eigen oordeel over de genomineerde projecten.
De vakjury bestaat uit:

  • Loes Oudenaarde, stadsbouwmeester van Amersfoort;
  • Gert Boeve (voorzitter), zelfstandig adviseur en voorheen wethouder van Amersfoort;
  • Jan De Vylder, architect te Gent, architecten de vylder vinck taillieu bvba;
  • Oscar Vos, architect, de Nieuwe Generatie, Amsterdam en docent op de TU Delft;
  • Johanna van der Werff, hoofd FASadE.
jury-img02

Waarom een Architectuurprijs?

interview met Johanna van der Werff, hoofd FASadE

‘Het lijkt soms alsof veel mensen nauwelijks geïnteresseerd zijn in architectuur. Toch heeft iedereen er voortdurend mee te maken, bewust of onbewust, of je nu wilt of niet. Bij het bezoek aan steden, dorpen, zelfs het platteland, vind je gebouwen die “onder architectuur” gebouwd zijn. Met de Architectuurprijs Amersfoort brengt FASadE, het architectuurcentrum van Amersfoort, het belang van architectuur onder de aandacht. Bij veel mensen blijft het oordeel over moderne architectuur hangen bij: “Zoiets past toch helemaal niet in een historische stad?”, “Wat heeft dat wel niet gekost?” en andere uitspraken. Moderne gebouwen zijn vaak aanleiding tot felle discussie. Toch is het de vraag of dat terecht is. Natuurlijk zijn er missers. Budgetoverschrijdingen zijn eerder regel dan uitzondering, maar zelden hebben die te maken met de architect. Daarbij, de geschiedenis staat bol van gebouwen die aanvankelijk veel gesputter opleverden, maar die later gekoesterd werden, zoals de Eiffeltoren! De tijd is daarbij een factor van betekenis. Het is ook de vraag of architectuur geen discussie zou mogen opwekken. Moet een gebouw zich altijd voegen naar “hoe het altijd geweest is”? In hoogte, in materiaal, in stijl? Wat voor steden krijgen we dan? Slechte gebouwen en steden hebben vaker te maken met liefdeloos ontwerpen, met het gebrek aan aandacht voor de openbare ruimte die ontstaat, dan met het feit dat een gebouw “modern” is. Sterker, goede architectuur voorziet in het monumentale erfgoed van de toekomst. Met een andere opvatting doen we de architect en zijn functionele kunstvorm tekort.’